Medewerkers aan het woord

Wil je weten hoe het is om bij de Borgesiusstichting te werken? Een aantal van onze medewerkers vertellen hoe het is. 

Jac Bastiaanse

Al 40 jaar is Jac Bastiaanse werkzaam in het onderwijs. Naast leerkracht op TaLente in Oud-Gastel is hij actief als GMR-lid. Ook begeleidt hij als lid van de bovenschoolse werkgroep OIDS (opleiden in de school) stages van studenten van InHolland. 

 “Ik loop al lang mee in het onderwijs. De leerling van nu komt tot betere resultaten als de intrinsieke motivatie toeneemt. Dat kan bereikt worden door ze eigenaar te maken van hun eigen leerproces. Aandachtsbogen zijn kleiner geworden. Ook zijn kinderen veel meer visueel dan auditief ingesteld dan vroeger. Het moet dus anders. 

De wereld van nu is een andere dan van 10 jaar geleden. We zijn steeds meer een kennis- en netwerksamenleving. Wat me opvalt is dat de 21st century skills vooral in verband worden gebracht met ICT. Dat is te eendimensionaal vind ik. Het gaat ook zeker om creatief en kritisch denken. Digitale geletterdheid is veel meer dan snel op internet uit de voeten kunnen. Informatiebronnen moet je ook kunnen beoordelen.”

 “Voor mij is de kern van goed onderwijs dat ieder kind binnen zijn mogelijkheden onderwijs krijgt. Ieder kind ontwikkelt zich op zijn eigen manier. Het grote voorbeeld is voor mij het kleuteronderwijs en hoe daar kinderen benaderd worden. Het ene kind komt talig binnen, het andere kind heeft nauwelijks besef van letters. Het bestaat daar niet dat ieder kind hetzelfde programma krijgt. Die benadering moet doorgetrokken worden.”

Foto: © Rebel Nova

Foto: © Rebel Nova

Nienke ten Broek

Aan het woord is Nienke ten Broek, leerkracht op basisschool Uniek in Hoeven en op vele fronten actief. Zo maakt ze deel uit van de stuurgroep van de school, coördineert ze het programma PBS (positive behaviour support) en zit ze in de MR. Tussen de bedrijven door volgde ze de Master Leren & Innoveren en sloot ze die opleiding met succes af.

Groepsdoorbrekend werken creëert in de visie van Nienke mogelijkheden voor onderwijs op maat. Het mes snijdt volgens haar aan twee kanten.
“Kinderen hebben bepaalde talenten maar leerkrachten ook. De ene leerkracht is heel goed in het creatieve gedeelte, de ander meer in de zaakvakken. Om die krachten op een bepaald gebied in te zetten kun je veel meer uit de leerkrachten en uit de kinderen halen. Ze kunnen veel meer op hun niveau gaan werken. Kinderen kunnen in een hogere groep mee, maar als ze nog niet zover zijn, kunnen ze ook in een lagere groep mee. Ze zitten niet meer zo vast aan hun eigen klas. In de huidige situatie probeer je natuurlijk ook binnen je eigen klas zoveel mogelijk onderwijs op maat te geven. Maar dat is wel lastig als je 28 kinderen in je klas hebt en voor iedereen wat anders moet regelen per vak. Ik wil niet zeggen dat klassikaal werken helemaal slecht is maar ik denk wel dat er een balans gevonden moet worden tussen klassikaal en groepsoverstijgend werken.”

De verwachting van Nienke is dat het vak van leerkracht aan uitdaging zal winnen. “Als je onderwijs anders gaat inrichten, word je aan het denken gezet. Ik denk sowieso dat je je als leerkracht constant moet ontwikkelen en moet kijken hoe je het onderwijs het beste kunt vormgeven. We kunnen veel van elkaar leren.” 

Rajaé Lagragui

Het realiseren van een doorlopende speel-, leer- en ontwikkelingslijn is een speerpunt in het strategisch beleidsplan van de Borgesiusstichting. Dat vraagt onder meer om intensieve samenwerking tussen peuteropvang en basisschool. Rajaé Lagragui is pedagogisch medewerkster op peuteropvang Hummelhonk dat valt onder de verantwoordelijkheid van kindcentrum De Klinkert in Oudenbosch. Een verhaal uit de praktijk.

Rajaé: “Hummelhonk is peuteropvang van de stichting Spelen=Leren We zijn hier heel bewust bezig de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen te stimuleren. Samen met de basisschool werken we met het leerprogramma Leefstijl. Wij doen dat met de oudste peuters vanaf 3 jaar. Eén van onze pedagogisch medewerksters neemt dan de kinderen mee naar de kleutergroep en zo worden alle kleutergroepen bij elkaar gevoegd. De lessen worden gekoppeld aan onder andere spelletjes en liedjes van Leefstijl.”

“Dat we hier met een doorlopende lijn werken is al goed zichtbaar, want de peuters stappen daardoor makkelijker over naar de kleutergroepen. Ze voelen zich hier veilig. Als een kind zich veilig voelt, is het kind in balans. Dan kun je alles eruit halen wat er in zit, denk ik. Ook voor de ouders is het prettig dat er samenwerking is tussen peuteropvang en de school. 

Vergeleken met vroeger ben je veel meer bezig met de ontwikkeling van een kind. Het observeren is een belangrijk onderdeel van mijn werk. Hoe ver is het kind met de kleuren, met de vormen, in de ontwikkeling van begrijpen van woorden en plaatjes? Hoe gaat het met het stellen van vragen? Ik vind het wel heel belangrijk dat je een kind nog laat spelen. Als je een kind wilt stimuleren doe je dat door spel. Door het inzetten van een observatiesysteem volg je de ontwikkeling van het kind veel bewuster en kijk je veel gerichter. Dat helpt ook enorm in het gesprek met ouders. Met de informatie die je kunt inbrengen, zet je ouders soms verder aan het denken over hoe ze hun kind kunnen benaderen en hoe ze thuis hier verder mee kunnen. De samenwerking met ouders krijgt dus zo meer diepgang.”

Foto: © Rebel Nova